27 maart 2018

Verzekeringsplicht van de DGA en zijn partner

De verzekeringsplicht van de partner van de DGA is regelmatig onderwerp van discussie. Wanneer premies voor de werknemersverzekeringen zijn afgedragen, zou je denken dat hierdoor ook het recht op een uitkering ontstaat. Niets is minder waar! Wanneer een beroep op een uitkering wordt gedaan, bestaat de kans dat het UWV deze afwijst. Maar andersom kan ook.  De partner klopt aan bij het UWV  voor bijvoorbeeld een WW of WIA-uitkering. Heeft nooit premie afgedragen, maar blijkt toch recht te hebben op een uitkering.

Verzekeringsplicht partner conform Regeling Aanwijzing DGA 2016

Wanneer sprake is van een dienstbetrekking (arbeid, loon en gezag), dan ben je in principe verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Voor de DGA en meewerkende partner bestaat echter een aangepaste regeling. Deze regeling is van toepassing voor de gehuwde partner, maar ook voor de ongehuwd samenwonende partner.

Volgens de Regeling Aanwijzing DGA 2016 is verzekeringsplicht niet aan de orde als de DGA:

  • Met óf zonder partner over zijn eigen ontslag kan beslissen;
  • samen met bloed-of aanverwanten (tot derde graad) minimaal 2/3 van de aandelen houdt;
  • gelijk is aan andere bestuurders-aandeelhouders, die samen alle aandelen bezitten.

Allemaal niet zo spannend, maar hoe zit het met de partner die geen statutair bestuurder is of zelf geen aandeel heeft?

Je zou toch denken wanneer geen sprake is van genoemde punten, er een verzekeringsplicht bestaat en daarmee ook het recht op een uitkering bij bijvoorbeeld werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Dit is echter niet altijd zo.

In de praktijk

Het antwoord op de vraag of de partner van de DGA recht heeft op een uitkering valt of staat met de gezagsverhouding. Maar het bestaan van een familieband kan tot gevolg hebben dat er juist geen sprake is van premieplicht, omdat het UWV van mening is dat dan de gezagsverhouding tussen de DGA en zijn partner ontbreekt. Omdat de jurisprudentie volop in beweging en allesbehalve eenduidig is, biedt dit weinig duidelijkheid.

Zijn er onbedoeld geen premies afgedragen terwijl dit wel had gemoeten, dan kunnen correctienota’s worden opgelegd en riskeer je een (forse) boete. Zijn de premies echter netjes betaald, maar wordt geoordeeld dat er eigenlijk geen sprake is van verplichte verzekering, dan kun je hoogstwaarschijnlijk naar een teruggaaf van de betaalde premies fluiten.

De rechter stelt vaak dat de werkgever vooraf een beoordeling van de arbeidsrelatie had kunnen aanvragen bij de Belastingdienst. Bij zo’n beoordeling onderzoekt de Belastingdienst de feitelijke situatie. Dat bepaalt of er sprake is van verzekeringsplicht of niet. Ontstaan er ooit problemen met het UWV over uitkeringsrechten? Dan kan de DGA/partner, als de feiten en omstandigheden ongewijzigd zijn, rechten ontlenen aan deze beslissing.

Voorkom achteraf discussies en problemen met de Belastingdienst en het UWV door vooraf de arbeidsrelatie te laten beoordelen.

Tot die tijd is en blijft het kijken hoe de (Paas)hazen lopen!