25-09-2018

De wet- en werkgever pakken uit

De zomer is voorbij, de dagen worden snel korter. En al liggen de pepernoten al in de winkel, de maand van de eindejaarsuitkeringen en andere cadeaus lijkt nog ver weg. Toch heeft de wetgever onlangs al een voorproefje op de feestmaand genomen en kwam met een aangename verrassing voor de werkgever: het wetsvoorstel betreffende de compensatie van de transitievergoeding bij het einde van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid.

Het geduld van de werkgever wordt nog wel even op de proef gesteld. De nieuwe regeling zal pas op 1 april 2020 in werking treden. Dit betekent niet dat een werkgever dit voorstel tot dan ongeopend in de verpakking moet laten zitten. In deze column lees je waarom.

Compensatie

Kort gezegd houdt de regeling in dat een werkgever een compensatie kan aanvragen bij het UWV voor transitievergoedingen die zijn betaald aan medewerkers die na twee jaar ziekte – door opzegging, ontbinding, met wederzijds goedvinden of wegens het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst – uit dienst zijn getreden.

Cadeaukaart

Dit presentje heeft ook nog eens een mooi gouden lint: werkgevers kunnen de compensatie ook met terugwerkende kracht ontvangen voor (transitie)vergoedingen die zij vanaf 1 juli 2015 hebben betaald. Daarom is het voor werkgevers belangrijk documenten van een zieke, ontslagen werknemers goed te bewaren. De mogelijkheid tot het doen van een aanvraag is als een cadeaukaart: de duur en limiet zijn niet onbeperkt.

6 maanden

Werkgevers hebben zes maanden de tijd hebben om de aanvraag in te dienen. Omdat dit pas mogelijk is vanaf 1 april 2020, geldt voor de oude gevallen – vergoedingen die zijn betaald vanaf 1 juli 2015 tot 1 april 2020 – dat de aanvraag uiterlijk 30 september 2020 moet zijn ingediend. Voor structurele gevallen – vergoedingen die zijn betaald op of na 1 april 2020 – gaat de termijn van zes maanden lopen vanaf het moment dat de (volledige) vergoeding is afgeschreven van de rekening van de werkgever.

Ontslag met wederzijds goedvinden

De limiet heeft betrekking op het ontslag met wederzijds goedvinden. Ondanks het feit dat de werkgever in dit geval zelf mag bepalen hoe hoog het bedrag is dat hij aan de werknemer meegeeft, is de compensatie gemaximeerd tot het bedrag van de wettelijke transitievergoeding die de werkgever moet betalen bij ontslag via het UWV of de kantonrechter.

Slapende dienstverbanden

‘Koopjesjagers’ die in deze maatregel geen belemmering zien om dienstverbanden slapend te houden, komen bedrogen uit. Een werkgever wordt namelijk niet gecompenseerd voor de transitievergoeding die hij verschuldigd is over de periode dat hij het dienstverband slapend heeft gehouden.

Stijgende AwF-premie

Al met al een mooie regeling voor werkgevers die na twee jaar loondoorbetaling en re-integratiekosten ook nog eens een transitievergoeding moeten betalen. Echter, presentjes moeten ergens van betaald worden, ook in dit geval. Ter bekostiging van deze regeling stijgt de Awf-premie. Toch zullen vele werkgevers deze gulle gift met open armen ontvangen.